De oeuvrecatalogus

‘Doelmatige lijsten’

De Italiaanse schrijver en semioticus Umberto Eco noemt in zijn De betovering van lijsten (2009) catalogi ‘doelmatige lijsten’: ze zijn 'referentieel, eindig en niet veranderbaar'. Ze zijn ‘referentieel’, wat wil zeggen dat erin verwezen wordt naar bestaande voorwerpen en dat ze uitsluitend dienen om die voorwerpen te benoemen en op te sommen. Ze zijn ook ‘eindig’ want ze sommen alleen de voorwerpen op waarnaar ze verwijzen en ze zijn ‘niet veranderbaar,’ want het is onzinnig er iets in op te nemen dat niet tot de verzameling behoort.

Ook de Héman-catalogus is referentieel, eindig en onveranderbaar om Eco’s terminologie te gebruiken: al is het een eerste aanzet, ze nodigt uit tot nader onderzoek en verdere studie. De indeling is gemaakt op basis van twee- en driedimensionaal werk - uitgesplitst naar materiaal: hout, steen, brons en keramiek - in combinatie met een indeling in religieus en profaan werk. Ieder item kan zo voorzien worden van een code bestaande uit drie of vier letters en een volgnummer, bijvoorbeeld BHR, BHRK, BKR.

Reconstructie van Hémans oeuvre

Héman maakt vanaf ongeveer 1938 een oeuvre dat bij zijn dood in 1992 niet geïnventariseerd was. Hoewel er wel mappen, foto’s en aantekeningen bewaard zijn gebleven, hield de kunstenaar geen systematische documentatie bij. Op enkele uitzonderingen na ontbreken rekeningen, betalingsbewijzen en documenten met officiële opdrachten. Het gehele oeuvre zal daardoor wel altijd moeilijk te achterhalen blijken. Tussen 2008 en 2012 is een begin gemaakt met een inventarisatie op basis van een eerdere poging door een familielid, Aad van der Loos, een neef van Emmy, die een grote, doch ongeordende nagelaten hoeveelheid knipselmappen en fotoboeken rond 1995 al ordende. Soms was het een enkele afbeelding, soms een verwijzing in een recensie, soms beide. In de jaren daarna is zijn opsomming verder uitgebreid. Helaas is van een aantal werken nauwelijks méér te achterhalen dan dat ze er geweest moeten zijn. Van andere ontbreken actuele gegevens over locatie, afmetingen, kleuren e.d. In de catalogus wordt dan uiteraard toch een zo volledig mogelijke beschrijving gegeven aan de hand van, bijvoorbeeld, een foto.

Daarnaast droegen de ontwikkelingen in de rooms-katholieke kerk vanaf de jaren zestig niet bij aan het behoud van het religieuze deel van het werk. Veel is verloren gegaan of niet meer op de oorspronkelijke plaats aanwezig. De Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN, waarvan de taken in 2013 zijn overgenomen door Museum Catharijneconvent te Utrecht) heeft in 2009 slechts 46 werken van Héman geregistreerd staan. De Stichting Roerend Kerkelijk Erfgoed ‘St Hicovest’ in Voorburg van de heren Van der Krogt en Klein, is voornamelijk in de bisdommen Haarlem en Rotterdam actief. Deze stichting legt een grote belangstelling aan de dag voor het werk van Héman. Keer op keer ontdekken zij werk van hem in kerken die verlaten en/of afgebroken worden. Ook van de werken voor particuliere opdrachtgevers is een deel door verhuizing of overlijden moeilijk te traceren, maar een ander deel bevindt zich  nog wel bij familieleden en kennissen. Ook van hen is zeker nog niet alles ‘in kaart gebracht’.

Gelukkig maken recensies in kranten en tijdschriften het wel mogelijk tot een behoorlijke reconstructie van het geheel en tot een indeling in hoofdcategorieën te komen.

Methodiek en codering

De oeuvrecatalogus bevat bijna 600 items (juli 2020) en wordt nog regelmatig aangevuld. De catalogus is opgezet met gebruikmaking van de volgende codes van letters en cijfers (volgnummers):

  • De 1epositie geeft de dimensie aan: B (driedimensionaal) of S (tweedimensionaal);
  • de 2epositie is voor het materiaal:  B, H, K, S voor respectievelijk: brons, hout, keramiek of steen.
  • De 3epositie tenslotte is voor de aard: R voor ‘religieus’, RK voor ‘religieus/kerst’  en O voor ‘overig’ (=niet-religieus, profaan).

Zo telt de categorie BBO (driedimensionaal werk in brons, niet religieus) vijf items en de categorieën BHO, BHR en BHRK (hout) respectievelijk 5, 60 en 5 werken. Keramiek (BKO, BKR, BKRK): 111, 167 en 36 objecten. In steen (BSO en BSR) zijn er respectievelijk 25 en 2 werken.  De lijst tweedimensionale werken telt 40 items met een religieus onderwerp (S-R) en 140 overige (S-O). Onder de laatste groep vallen ook tekeningen, schetsen en schetsboeken.

598 2-dimens. (S--)
religieus(--R)
S-R (40)
2-dimens. (S--)
profaan (--O)
S-O (140)
3-dimens. (B--)
religieus (--R)
B++R (270)
3-dimens. (B--)
profaan (--O)
B+O
(147)
BBO (5) Brons (5)
BHR (60)

BHRK (5)

BHO (6) Hout (71)
BKR (167)

BKRK (36)

BKO (111) Keramiek (314)
BSR (2) BSO (26) Steen (28)

Van ieder werk (item) zijn bovendien in een gestandaardiseerde volgorde een aantal essentiële gegevens opgenomen, plus toelichting op het proces en een beschrijving. Steeds wordt begonnen met de standaardcodering:

  • T.: Titel van het werk,
  • D.: datum van het werk,
  • M.: materiaal en ondersteunend materiaal,
  • X.: afmetingen (hxbxd),
  • S.: signering (indien aanwezig…),
  • C.: herkomst, huidige locatie, catalogusnummer).

Deze systematiek is ontleend aan Divine Mirrors van Melissa R. Katz en Robert E.Orsi (2002). Die vermelden verder nog:
A.: naam van de kunstenaar, plaats en jaar van geboorte en dood, plaats van activiteiten),
I.: inscripties, tekens van verzamelaars, stempels e.d. en
W.: watermerken.

De in de beschrijvingen gehanteerde termen ‘links’ en ‘rechts’ steeds vanuit de kijker gezien. Als Maria het kind in haar linkerarm heeft, dan is dus vermeld dat zij het rechts draagt.

Verantwoording

Voor De Oeuvrecatalogus is gebruik gemaakt van: Gérard Héman, de verhalenverteller, pp. 90-91.